Erfrecht

Erfrechtelijke kwesties gaan vaak gepaard met veel emotie. Soms gaat het ook over veel geld. Het is daarom verstandig bij vragen of problemen een specialist op het gebied van het erfrecht in te schakelen. Bij het openvallen van een nalatenschap komen er direct belangrijke vragen aan de orde: moet de nalatenschap aanvaard of verworpen worden? Is er een testament of niet? Wat is de positie van de erfgenamen? Hoe groot is het erfdeel? Hoe gaat het met de schulden?

Aanvaarding van een nalatenschap

Als iemand overlijdt, volgen zijn erfgenamen hem of haar van rechtswege op; dat betekent dat het vermogen van de erflater – niet alleen de bezittingen maar ook de schulden – automatisch op de erfgenamen overgaat. Erfgenamen moeten dus goed opletten wanneer zij de nalatenschap willen aanvaarden. Het is verstandig om een nalatenschap nooit zuiver te aanvaarden maar dit altijd te doen onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiair aanvaarden). Een erfgenaam die de nalatenschap zuiver aanvaard heeft is namelijk aansprakelijk in zijn eigen vermogen voor de schulden van de erflater. Als een erfgenaam beneficiair aanvaard heeft zal hij nooit in zijn eigen vermogen aangesproken kunnen worden voor schulden uit de nalatenschap. Nu is het wel zo dat de wet een uitvlucht kent voor erfgenamen die na een zuivere aanvaarding achter onverwachte schulden of nadelige feiten komen: zij kunnen alsnog binnen een periode van 3 maanden beneficiair aanvaarden. Toch is het beter om geen risico te lopen en  beneficiair te  aanvaarden.

Verwerpen van een nalatenschap

Een erfgenaam kan ervoor kiezen de nalatenschap te verwerpen. De verwerping heeft tot gevolg dat de erfgenaam geen verplichtingen aan de nalatenschap heeft en daaraan -afgezien van de legitieme portie- geen rechten kan ontlenen. Verwerpen en beneficiair aanvaarden geschiedt door het afleggen van een verklaring op de griffie van de rechtbank.

Versterferfrecht

Als er geen testament is moet de nalatenschap afgewikkeld worden op basis van de regels in de wet. (boek 4 van het Burgerlijk Wetboek). De wet bepaalt wie erfgenaam is en hoe groot ieders erfdeel is. De wet geeft in sommige gevallen aan bepaalde erfgenamen bijzondere wettelijke rechten.

Erfgenamen

De wet bepaalt dat de bloedverwanten en de echtgenoot de wettelijke erfgenamen zijn. Deze erfgenamen zijn in groepen ingedeeld: de eerste groep wordt gevormd door de echtgenoot en kinderen; de tweede groep bestaat uit de ouders en broers en zusters; groep 3 zijn de grootouders en de vierde groep wordt gevormd door overgrootouders. Volgens de systematiek van de wet moet er eerst gekeken worden of er erfgenamen zijn in de eerste groep. Pas als die er niet zijn komen ouders, broers en zusters in aanmerking als erfgenaam. Dat is minder vaak dan men zou denken omdat de wet het systeem van plaatsvervulling kent. Als bij het overlijden van een erflater één van zijn of haar kinderen vooroverleden is treden eerst de kinderen van dat vooroverleden kind (het kleinkind van de erflater dus) als erfgenaam in de plaats. Iedere erfgenaam krijgt een gelijk aandeel uit de nalatenschap. In de tweede groep ligt dat wat anders voor halfbroers en halfzusters; hun erfdeel is de helft van het erfdeel van een volle broer of zuster; verder is het in de tweede groep zo dat de ouders (elk) altijd minimaal een kwart gedeelte van de nalatenschap ontvangen. Zijn er zo veel broers en zusters dat hun kwart niet gegarandeerd is dan moeten de broers en zusters dus een deel van de erfenis “inleveren” aan de ouders.

Wettelijke verdeling

De wetgever beschermt de achterblijvende echtgenoot van de overledene sterk. De wettelijke regeling is erop gericht de langst levende echtgenoot – met een of meerdere kinderen- ongestoord te kunnen laten voortleven na het overlijden van de andere echtgenoot.  Daarom ontvangt de achterblijvende echtgenoot volgens de wettelijke verdeling de gehele nalatenschap onder de verplichting alle schulden van de nalatenschap te voldoen. De kinderen krijgen niets, behalve een vordering in geld op hun langstlevende ouder. Deze vordering is pas opeisbaar als de langstlevende ouder overlijdt of failliet gaat. De langstlevende echtgenoot kan de wettelijke verdeling ongedaan maken. Dat moet wel snel gebeuren: binnen 3 maanden na de datum van overlijden.

Testamentair erfrecht

Een testament is een schriftelijk stuk veelal opgemaakt door een notaris. In dat testament heeft de erflater bepaald wat hij of zij wil dat met zijn nalatenschap gebeurt (uiterste wil). Omdat advocaten die gespecialiseerd zijn op het gebied van het erfrecht vaak te maken krijgen met (familie) ruzies omdat het testament niet duidelijk, achterhaald of verouderd is kan het verstandig zijn om al voor het opmaken van een testament advies in te winnen van een erfrechtspecialist.

Legaat

In het testament kan de erflater zijn erfgenamen benoemen. Een erflater kan iedereen, ook vrienden, schoonfamilie, de buren of een goed doel tot erfgenaam benoemen. Een erflater kan in zijn testament ook bepalen dat een bepaald goed of een bepaalde som geld naar een persoon of instelling gaat. Zo’n making wordt een legaat genoemd. De begunstigde is de legataris. Een legataris is een erfgenaam onder bijzondere titel; hij kan daarom niet door schuldeisers van de nalatenschap aangesproken worden.

Legitieme portie

Een erflater kan in zijn testament zijn kind onterven. De erflater moet echter wel ermee rekening houden dat een kind altijd aanspraak kan maken op de legitieme portie. De omvang van de legitieme portie is gelijk aan de helft van het erfdeel dat het kind zou krijgen als er geen testament gemaakt zou zijn. Houdt de erflater bij het opstellen van het testament geen rekening met de legitieme portie van het kind dan kan het kind met succes – na het overlijden van erflater- het testament aanvechten.

Uitsluitingsclausule

Net zo als bij een gift aan een kind kunnen ouders in een testament een uitsluitingsclausule opnemen. Met een uitsluitingsclausule wordt voorkomen dat alles wat een kind erft in een gemeenschap van goederen valt of tot een te verrekenen vermogen gaat behoren. De “koude kant” deelt dus niet mee in de erfenis. Ook al is bij huwelijken na 1 januari 2018 de gemeenschap van goederen beperkt (en vallen erfenissen vanaf genoemde datum op grond van de wet buiten de beperkte huwelijksgemeenschap) toch blijft de uitsluitingsclausule van belang als een testament gemaakt wordt na 1 januari 2018 en het kind vóór 1 januari 2018 in gemeenschap van goederen is getrouwd (of een geregistreerd partnerschap is aangegaan) of huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding heeft opgemaakt.

Executeur

De erflater kan in zijn testament een executeur benoemen. Hij kan deze executeur beperkte bevoegdheid geven (om alleen maar de uitvaart te regelen). Het komt veel voor dat de bevoegdheid van de executeur verder gaat, namelijk om de nalatenschap te vereffenen. In dat geval heeft de executeur de taak en de bevoegdheid om schulden van de nalatenschap te voldoen en zo nodig goederen van de nalatenschap te verkopen. De executeur is verantwoordelijk voor de aangifte en afdracht van de erfbelasting. De executeur vertegenwoordigt de erfgenamen; over het algemeen hoeft hij niet met hen te overleggen; wel moet de executeur-als hij klaar is met de vereffening-verantwoording aan de erfgenamen afleggen. Soms heeft de executeur ook de bevoegdheid om de nalatenschap te verdelen (afwikkelingsbewind).