Familierecht

Scheiding

Het einde van een relatie is altijd moeilijk. Of het nu gaat om een echtscheiding na een huwelijk, het einde van een geregistreerd partnerschap of het beëindigen van een samenlevingsrelatie: een scheiding heeft een grote impact zowel emotioneel als op het financiële en vermogensrechtelijke vlak. Het is dan ook van groot belang om u bij het beëindiging van een relatie goed te laten adviseren door een specialist op dit gebied.

Partneralimentatie

Tijdens het huwelijk hebben de echtgenoten over en weer een verplichting elkaar te onderhouden. Als de relatie beëindigd wordt blijft deze zorgplicht ten opzichte van elkaar bestaan. Dat geldt ook bij een geregistreerd partnerschap. Als de één onvoldoende inkomsten heeft om in het levensonderhoud te voorzien – behoeftig is- en de andere voldoende inkomen – draagkracht- heeft om in het levensonderhoud bij te dragen zal er partneralimentatie betaald moeten worden. Partijen kunnen de hoogte van de alimentatie in onderling overleg vast stellen; komen zij er niet uit dan zal de rechter de alimentatie opleggen. De hoogte van de partneralimentatie hangt af van de feitelijke omstandigheden; de behoefte aan partneralimentatie is immers gerelateerd aan de welstand tijdens het huwelijk. Een leidraad bij het vaststellen van de hoogte van de partneralimentatie is het Rapport Alimentatienormen (Trema rapport). Bij de berekening van de hoogte van de alimentatie wordt ook wel uitgegaan van de 60% regel (de z.g. Hof norm). Deze regel stelt de behoefte van de alimentatiegerechtigde op 60% van het netto besteedbaar gezinsinkomen na aftrek van de kosten van de kinderen. Is de werkelijke behoefte lager, dan zal de 60% regel niet toegepast worden. In beginsel is de alimentatieduur nog steeds 12 jaar te rekenen vanaf de ontbinding van het huwelijk. In onderling overleg kan deze termijn korter gesteld worden. Het komt ook voor dat de rechter de termijn korter stelt omdat hij van oordeel is dat de alimentatieplichtige zich moet inspannen om zelf inkomen te verwerven. Bij huwelijken die korter dan 5 jaar geduurd hebben en waaruit geen kinderen zijn geboren is de alimentatieduur net zo lang als het huwelijk heeft geduurd.

Na het verbreken van een samenlevingsrelatie is er geen recht op partneralimentatie. Dat is anders als de samenlevers voorafgaand aan hun samenleving in de samenlevingsovereenkomst de afspraak gemaakt hebben na het verbreken van de relatie wèl alimentatie te zullen betalen.

Kinderalimentatie

Voordat de partenalimentatie berekend kan worden moet eerst de alimentatie voor het kind uitgerekend worden. Overigens is de kring van alimentatieplichtigen ten opzichte van kinderen groter dan enkel de ouders: ook een biologische en juridische vader is alimentatieplichtig ten opzichte van een kind. De alimentatieplicht duurt tot de kinderen meerderjarig (18) zijn. Als (jong) meerderjarigen nog studeren en niet in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien geldt een zogenaamde verlengde onderhoudsplicht. Ook bij de berekening van de kinderalimentatie wordt uitgegaan van het Rapport Alimentatienormen.

Gezag en omgang

Na een scheiding blijven ouders veelal gezamenlijk het gezag over hun kinderen houden. Zij blijven beiden verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van de kinderen. Over en weer hebben de ouders de verantwoordelijkheid om het contact tussen de kinderen en de andere ouder te faciliteren en te stimuleren. De regeling ten aanzien van de kinderen – na een scheiding- moet vastgelegd worden in een ouderschapsplan. In dat ouderschapsplan staan afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken, de informatie – en consultatie uitwisseling over belangrijke zaken (zoals schoolkeuze, medische behandeling) en de kosten van opvoeding en verzorging.

Verdelen en verrekenen

De (beperkte) gemeenschap van goederen die er was tijdens het huwelijk wordt bij de scheiding ontbonden. De ontbonden gemeenschap moet dan tussen de ex-echtgenoten verdeeld worden. Voor de omvang van de te verdelen gemeenschap is de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek bepalend. Voor de  waarde waartegen de goederen uit de gemeenschap verdeeld worden wordt gekeken naar de waarde op de datum van de feitelijke verdeling.

Zijn er huwelijkse voorwaarden dan moet naar  de inhoud van deze huwelijkse voorwaarden gekeken worden voor beantwoording van de vraag wie welke goederen krijgt. Vaak is er in de huwelijkse voorwaarden een verrekenbeding van onverteerde inkomsten opgenomen en blijkt dat tijdens het huwelijk niet nagekomen te zijn. De ex-echtgenoten moeten dan onderling gaan verrekenen.

Pensioen

Vaak wordt er tijdens het huwelijk (ouderdoms)pensioen opgebouwd. Op grond van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding moet het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen na de scheiding in gelijke delen tussen de beide echtgenoten verdeeld worden (verevenen). Als binnen 2 jaar na de scheiding aan het pensioenfonds melding gemaakt wordt dat het pensioen verevend moet worden krijgt de vereveningsgerechtigde een rechtstreekse aanspraak op het pensioenfonds. Het nabestaandenpensioen is tegenwoordig vaak op risicobasis verzekerd. Dat betekent dat het recht op een nabestaande pensioen-bij het overlijden van de ex-partner na scheiding – vervallen is.